"Aanpak van Complexiteit neurorevalidaTIE" (ACTIE): Motorisch leren na een beroerte beter begrijpen

Het doel van dit project is om factoren te inventariseren die het aanleren van bewegingen bij mensen na een beroerte in de praktijk (mogelijk) kunnen beïnvloeden.

Bekijk de resultaten

decorative decorative
quote mark

"Elk mens en zijn CVA is anders, je moet op maat blijven kijken wat nodig is." (quote deelnemer)

vector illustration of a therapist from stories.freepik
logo of Zuyd  Hogeschool logo of regieorgaan SIA
Introductie

Mensen met een verworven neurologische aandoening (bijvoorbeeld volwassenen na een beroerte), moeten bewegingen vaak opnieuw leren en verbeteren om weer zelfstandig te kunnen functioneren.

Dit proces van motorisch leren is complex en multifactorieel. Zorgprofessionals zoals fysio- en ergotherapeuten willen graag meer inzicht hebben in deze complexiteit zodat zij interventies (nog) meer op maat kunnen aanbieden. Dit maatwerk is nodig voor het duurzaam aanleren en verbeteren van bewegingen.

quote mark

"Als je de leerstrategie van de cliënt weet, helpt dat." (quote deelnemer)



Op dit moment is onvoldoende duidelijk welke factoren (mogelijk) van invloed zijn. Docenten, studenten, praktijkbegeleiders en onderzoekers van de zorgopleidingen van Zuyd Hogeschool hebben veel behoefte aan een beter en vollediger overzicht van deze potentieel beïnvloedende factoren.

quote mark

"In hoeverre je angst en depressie meeneemt is sterk afhankelijk van de persoon waarmee je te maken hebt." (quote deelnemer)



Het doel van dit project is om de factoren te inventariseren die het leren van bewegingen bij mensen na beroerte in de praktijk kunnen beïnvloeden. Hiervoor heeft een expertpanel een overzicht van 26 factoren met bijbehorende beschrijvingen samengesteld op basis van theorie en onderzoeksresultaten. Vervolgens is deze lijst in een enquête voorgelegd aan zorgprofessionals (zoals fysiotherapeuten, ergotherapeuten, verpleegkundigen en bewegingsagogen) die in de praktijk mensen na een beroerte helpen hebben met het aanleren of verbeteren van bewegingen en motorische vaardigheden bij mensen na een beroerte. Per factor is gevraagd naar de mate van invloed op het leerproces (van geen invloed tot heel veel invloed). Op deze webpagina worden de (deel)resultaten van deze enquête weergegeven.

Aan dit project is samengewerkt met:

logo of Zuyd Hogeschool logo of VU amsterdam logo of Universiteit hasselt logo of Brunel University logo of radboud Universiteit
logo of Kennisnetwerk CVA nederland logo of Paramedisch Centrum Zuid
Samenvatting
resultaten

Volgens de deelnemers kunnen alle 26 factoren invloed hebben op het motorische leerproces.

Deze factoren zijn vaak niet van elkaar te onderscheiden, maar lijken volgens de respondenten met elkaar samen te hangen of zijn onderling afhankelijk.

Eén van de factoren die vanuit de literatuur als belangrijk wordt gezien, is de voorkeur voor een bepaalde leerstrategie (impliciet of expliciet). In onze enquête lijkt volgens de respondenten deze factor iets minder van invloed.

De meeste factoren zijn bekend bij de deelnemers. Kanttekening daarbij: devoorkeur voor een bepaalde (leer)strategie, de neiging om eigen bewegingen bewust te controleren, het vermogen van een patiënt om een beweging voor te stellen of hoe goed/slecht iemand slaapt zijn weliswaar bekend, maar lijken in de dagelijkse praktijk minder vaak gemeten of in kaart gebracht te worden.



quote mark

"Als het slaaptekort vermoeidheid geeft in processen die afhankelijk zijn van het geheugen. Bekend is dat slapen belangrijk is voor opslag." (quote deelnemer)

Bekijk hier de uitgebreide onderzoeksresultaten per categorie:

Dit zijn de 8 hoofdcategorieën waarin alle 26 factoren zijn opgedeeld. Klik op een kaartje om uitgebreide resultaten te lezen.

icon
Algemene factoren

green arrow Lees meer
icon
Motorische en
sensorische factoren
blue arrow Lees meer
icon
Cognitieve factoren

yellow arrow Lees meer
icon
Laesie gerelateerde
factoren
pink arrow Lees meer
icon
Emotionele factoren

yellow arrow Lees meer
icon
Voorkeuren

pink arrow Lees meer
icon
Voorstellings-
vermogen
blue arrow Lees meer
Meer info

Wie hebben er deelgenomen aan de enquête?

In totaal hebben er 54 mensen deelgenomen. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 46 jaar, en het gemiddeld aantal jaren werkervaring was 21 jaar. De deelnemers behandelen gemiddeld 10,5 CVA-patiënten per week.

De deelnemers waren werkzaam als:

40

Fysiotherapeut

13

Ergotherapeut

8

Docent

1

Bewegingsagoog

3

anders (b.v. verzorgende, of management functie)

doughnut graph

De deelnemers waren werkzaam binnen een:

38

Revalidatiecentrum of afdeling

19

Eerstelijns praktijk

7

Ziekenhuis

3

Onderwijsinstelling

2

Thuiszorg

1

Sportcentrum

1

Managementfunctie

doughnut graph

deelnemers behandelen of begeleiden mensen voornamelijk in de:

43

(Hyper-)acute fase (0-24 uur na CVA)

43

Vroege fase (24 uur tot 3 maanden na CVA)

36

Late fase (>3-6 maanden na CVA)

6

Chronische fase (>6 maanden na CVA)

doughnut graph